Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Voor alle liefhebbers van honkbal-voor-kids is de film te bekijken via onderstaande link. Voor en door kinderen gemaakt.
http://www.youtube.com/user/BeeBallNL

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

30 mei KNBSB clusterbijeenkomst
23 en 24 juni Little League bij Gryphons
13 t/m 22 juli Haarlemse Honkbal week
22 juli EK softball juniors bij Gryphons
7 t/m 16 september EK Honkbal
Voor alle liefhebbers van honkbal-voor-kids is de film te bekijken via onderstaande link. Voor en door kinderen gemaakt.
http://www.youtube.com/user/BeeBallNL
Opzet Lessen Kids Sport (2010)
Doel van de lessen: kinderen enthousiast maken voor de honkbalsport en HSCN
Benodigdheden voor de lessen:
- Handschoenen (aanwezig)
- Tennisballen (aanwezig)
- Knuppel(s) (aanwezig)
- Batting Tee (aanwezig)
- Pilonnen (meestal aanwezig)
- Horloge/stopwatch (zelf meenemen)
- Fluitje (zelf meenemen)
- Nuenen-pet en eventueel Nuenen-shirt (zelf meenemen)
- Flyers (bij tweede les: zelf meenemen)
Zorg dat je ongeveer 10-15 minuten voor het begin van de les aanwezig bent bij de gymzaal. Zoals jullie weten, zullen we aanwezig zijn op twee gymlessen per klas. Dat betekent dat we beide lessen een iets andere inhoud kunnen geven:
- Les #1: Oefening van de basics
- Les #2: Spelvormen
Op de volgende pagina’s vind je een voorbeeld-opzet voor beide lessen.
Stel jezelf even voor en introduceer honkbal en HSCN. Vraag bijvoorbeeld wie er allemaal al eens heeft gehonkbald. Vertel de kinderen een aantal standaard gedragregels en benadruk de veiligheid (zeker met de knuppels!). Voor mij hielpen bijvoorbeeld de volgende regels:
- Als je 1x op je fluitje blaast, moet het stil zijn;
- Als je 2x op de fluitje blaast, moet iedereen gaan zitten;
- Iedereen zorgt netjes voor zijn eigen handschoen;
- Niemand mag een knuppel pakken zonder dat jij het gezegd heb;
Een tip: Verdeel zelf de teams, want dan wordt het eerlijker en voorkom je onderlinge problemen.
[5-10] Warming-up
- Een paar rondjes rennen in de gymzaal.
o 1x fluiten is springen;
o 2x fluiten is de grond aanraken;
o 3x fluiten is omdraaien;
- Spieren warmdraaien.
- Uitdelen van de handschoenen.
[10-20] Warmgooien
- Individueel met een bal in de lucht gooien en vangen (bijv. 10x zonder te laten vallen; als het lukt, steeds hoger)
- Via de muur de bal in de lucht gooien en vangen (bijv. 10x zonder te laten vallen).
- In groepjes van 2 de bal overgooien (onderhands/bovenhands; proberen zonder te laten vallen)
- In groepjes van 2 de bal overrollen (bij elkaar door de benen proberen te rollen)
[20-25] Estafette oefening
Verdeel de groep in teams van 3 of 4 personen en geef elk team 1 bal. De spelers staan in een rijtje klaar achter een bepaalde lijn. De eerste speler van elk team heeft een bal in zijn hand(schoen). Bij ‘Start’ begint de eerste speler van elk team te rennen naar een van te voren bepaalde lijn, tikt die lijn aan, en rent terug naar zijn team. Daar wordt de bal doorgegeven aan de volgende speler. Dit gaat door totdat alle spelers van het team zijn geweest. Het team dat als eerste klaar is, gaat snel zitten, steken hun hand op en zijn de winnaar van het spel. Variaties:
- 1x zonder handschoen
- 1x met handschoen
- 1x met bal neerleggen-rondje draaien-bal oppakken
[25-30] Relay oefening
Verdeel de groep in 3 gelijke teams. Zet elk team op 1 (even lange) lijn in de gymzaal en verspreidt de spelers over de lijn. Geef de bal aan de eerste speler in de rij. Bij ‘Start’ gooit de eerste speler de bal onderhands naar de tweede speler van het team. De tweede speler vangt de bal met zijn handschoen en gooit hem door naar de derde speler in de rij. Dit gaat door totdat alle spelers de bal in hun bezit hebben gehad en de bal aan de overkant van de lijn is beland. Het team dat als eerste klaar is, gaat snel zitten, steken hun hand op en zijn de winnaar van het spel. Variaties:
- 1x zonder handschoen
- 1x met handschoen
- 1x heen-en-terug
[30-40] Lijnverdedigen
Verzamel iedereen eerst bij elkaar en laat snel even zien hoe je klaar staat bij het slaan (benadruk ook nog even de veiligheid met de knuppel; bijvoorbeeld wie met de knuppel gooit is automatisch uit). Verdeel de groep in twee teams. Verspreidt de veldpartij tegen een muur van de gymzaal. Zet de batting tee aan de andere kant van de zaal. De slagpartij moet proberen om de bal tegen de muur aan te slaan (niet te hoog; stel van te voren een maximum hoogte in) en de veldpartij moet proberen de bal tegen te houden. Iedereen mag 2 keer slaan. De teams wisselen als iedereen van het team aan slag is geweest. Afhankelijk van de tijd kun je 1 of 2 innings spelen. Het team met de meeste punten wint.
[40-45]: Afsluiting
Vraag even of de kinderen het leuk vonden en of ze misschien meer interesse hebben om een keer met een ‘echte’ training van HSCN mee te doen (vermeld ook de website). Laat ze de spullen netjes opruimen en vertel ze dat we in de volgende les een wedstrijdje echt honkbal gaan doen!
LES 2
Stel jezelf even voor en noem nog even HSCN. Vraag bijvoorbeeld wat ze hebben onthouden van de les van vorige week. Vertel de kinderen een aantal standaard gedragregels en benadruk de veiligheid (zeker met de knuppels!). Voor mij hielpen bijvoorbeeld de volgende regels:
- Als je 1x op je fluitje blaast, moet het stil zijn;
- Als je 2x op de fluitje blaast, moet iedereen gaan zitten;
- Iedereen zorgt netjes voor zijn eigen handschoen;
- Niemand mag een knuppel pakken zonder dat jij het gezegd heb;
Een tip: Verdeel zelf de teams, want dan wordt het eerlijker en voorkom je onderlinge problemen.
[5-15] Warming-up
- Twee rondjes in de gymzaal warmlopen.
- Warmloop tikkertje:
Deel de handschoenen uit en benoem 2 kinderen (bijvoorbeeld degenen die het snelst waren bij het inlopen) tot tikker. Stop een bal in hun handschoen. Zij moeten nu proberen om de andere kinderen met hun handschoen te gaan tikken (niet slaan!). Als iemand getikt is, moet hij/zij op de grond gaan zitten. Als iedereen is getikt en op de grond zit, is het spel afgelopen.
- Spieren warmdraaien.
[15-20] Warmgooien
- In groepjes van 2 de bal overgooien (onderhands/bovenhands; proberen zonder te laten vallen)
- In groepjes van 2 de bal overrollen (bij elkaar door de benen proberen te rollen)
- In groepjes van 2 wat hogere ballen naar elkaar over gooien.
[20-40] Mini-honkbal
Verdeel de groep in twee teams. Het doel van de slagpartij is om, nadat de bal is geslagen, tussen twee lijnen/punten heen en weer te rennen. Het doel van de veldpartij is om de geslagen bal te verwerken en de bal te branden op het brandhonk (door met de bal het brandhonk aan te raken). Het brandhonk kan bijvoorbeeld een turnkussen zijn. Als de slagman eerder heen en weer is gerend dan dat de veldpartij de bal brandt bij het brandhonk, krijgt de slagpartij een punt. Er wordt gewisseld zodra iedereen aan slag is geweest. Afhankelijk van de tijd kun je 2 of 3 innings spelen. Het team met de meeste punten wint.
[40-45]: Afsluiting
Vraag even of de kinderen het leuk vonden en of ze misschien meer interesse hebben om een keer met een ‘echte’
honkbaltraining van HSCN mee te doen. Geef ze een flyer mee met informatie (datum, tijd en plaats) over de eerstvolgende
‘vrije’ training. Vermeld ook de website. Laat ze nog wel even de spullen netjes opruimen.
Als warming-up, Leg verspreidt over de zaal hoepels of honken neer het aantal 2 minder dan dat er spellers zijn. Op elk honk mag er maar 1 speler staan en 1 is de tikker.
De overgebleven speler rent naar een honk van keuze, de speler die daar staat moet dus weg naar een ander honk. De tikker probeert de speler die naar een honk loopt te tikken.
De speler die getikt is gaat even aan de kant zitten en neemt het honk waar hij naar onderweg was mee. Dit is dus eigenlijk een soort stoelendans.
Naarmate ze beter anticiperen op wat komen gaat, verloopt dit spel sneller. In het begin hollen ze nog achter de feiten aan.
Maak het moeilijker door 2 tikkers in te zetten met bal, alleen de tikker met de bal kan een loper uit maken.

Voor 2 teams van 3 of 4 spelers.
Leg in de lengte van de zaal 2 of 3 matten uit en 1 thuisplaat.
Bij elke mat staat een honkvrouw of –man, ze mogen niet op de mat komen.
Bij de thuisplaat staat de loper klaar.
De bal wordt van de thuisplaat naar de 1e honkvrouw/man gegooid daarna naar de 2e, naar de 3e, naar de 2e en weer thuis.
De loper kiest zijn eigen moment om naar de matten te lopen, hij/zij loopt ook van en naar het thuishonk en moet alle matten raken.
Wie is er het eerste terug bij de thuisplaat, de bal of de loper? Elke loper een keer daarna veldwissel. Wissel de honkvrouwen/mannen ook een keer van plek.
De bedoeling van het spel is om duidelijk te maken dat de loper geen kans heeft als er goed gegooid en gevangen wordt.
Maak het anders door de matten niet in een rechte lijn te leggen.

Verpak lege dozen van verschillende afmetingen in sinterklaas papier.
Plaats 2 rijen banken over de breedte van de zaal met een grote ruimte ertussen.
Gebruik alle kleine ballen die je hebt.
Achter de banken staan de teams klaar met in elke hand een bal en de rest op de grond.
In de ruimte tussen de banken staat het cadeautje of de cadeautjes.
De spelers proberen het cadeautje naar de overkant te verplaatsen door er tegenaan te gooien met de ballen. Is het cadeau tegen de bank gestopt dan is het cadeau voor het gooiende team. Ze mogen het cadeau aan hun kant van de banken neerzetten. Dan is het ook de tijd om de ballen te verzamelen en opnieuw te verdelen. Doorgaan tot alle cadeaus op zijn.
Let op dat ze geen ballen gaan halen tussen de banken terwijl er nog gegooid wordt. Aan hun eigen kant achter de banken kunnen ze altijd ballen verzamelen.
Zaaltrainingen Beeball Majors
Warming up
Hand op de streep, rennen naar de volgende streep en deze aantikken, keren en terug naar uitgangspunt, keren en rennen naar 2e streep enz. tot alle strepen in de zaal zijn aangetikt.

Twee rijen maken, elke rij 1 grote bal. Bal over het hoofd en tussen de benen door geven naar de persoon achter je en meteen achter in de rij aansluiten. De hele zaal door. Na 1 keer oefenen kijken welke rij het snelste is.
In elke hand 2 ballen.
Om en om elke hand de bal los laten en meteen weer vast grijpen. 10 keer zonder te laten vallen.
Om en om de bal met een stuit op de grond gooien en met dezelfde hand vangen. 10 keer zonder te laten vallen.
Elke hand gooit de bal een stukje omhoog en vangt hem weer. Gooi-vang, gooi-vang erbij zeggen. Elke hand 10 keer zonder te laten vallen.
Daarna gooi-gooi, vang-vang. Elke hand gooit eerst en daarna vangt elke hand de bal weer.
Rookies doen dit met 1 grotere bal.

Handschoen pakken en nu 10 keer de bal boven het hoofd gooien en boven het hoofd vangen. Let erop dat de 2 armen omhoog gaan en dat 1 hand achter de handschoen is. De beweging lijkt op de wave.
Bij de eerste streep tegenover de muur gaan staan en om de beurt de bal tegen de muur gooien en vangen. Iedereen geweest dan 1 streep verder totdat de hele zaal gebruikt wordt. Wordt de afstand niet gehaald dan de bal met een stuit gooien.
Let op, de beginpositie is met het lichaam haaks op de muur. De handschoen, de voorste voet en de neus wijzen richting de muur.